7. Overstag

Overstag gaan lijkt een tamelijk eenvoudige manoeuvre, maar toch komt er aardig wat bij kijken. Hetzelfde geldt eigenlijk voor gijpen, wat ik hierna zal bespreken.
Omdat dit toch bedoelt is als een eenvoudige minicursus zal ik beide manoeuvres kort uitleggen, maar niet tot in de details uitleggen waarom het allemaal zo werkt.

Eerst een korte definitie:
Overstag gaan = van de ene naar de andere aan de windse koers draaien, waarbij we heel even in de wind liggen.
De zeilen staan na de overstag manoeuvre aan de andere kant van de boot.


In het plaatje hierboven is aangegeven hoe een overstag manoeuvre eruit ziet. Dit is de overstag manoeuvre van aan de wind met het zeil over stuurboord naar aan de wind met het zeil over bakboord. De overstag manoeuvre met de zeilen eerst over bakboord ziet er uiteraard precies hetzelfde uit, alleen verticaal gespiegeld.

Ik zal nu per plaatje uitleggen wat er op dat moment moet gebeuren.

  1. Zorg dat je aan de goede kant van je roer zit (loefzijde!)
    zorg dat je goed aan de wind vaart
    roep ‘Klaar om te wenden!’ (dit is geen vraag!)
  2. Roep ‘Ree!’
    het fok wordt losgelaten
    je duwt je roer van je af
    je gaat met je roer mee naar de lijzijde van de boot
    je trekt het grootzeil verder aan
  3. Dit is het moment dat je in de wind ligt
    laat je grootzeil ietsje vieren
    als je weinig (draai)snelheid meer hebt kan je ‘Fok bak’ roepen en wordt het fok aan ‘de verkeerde kant’ aangetrokken (zie plaatje). Anders hoeft dit niet!
  4. Als je weer aan de wind vaart (met het grootzeil aan de andere kant) doe je je roer weer recht.
    Roep ‘Fok over!’ en het fok wordt naar de goed kant aangetrokken maar nog niet helemaal strak als je weer op snelheid bent roep je ‘Fok aan!’ en wordt
    het fok weer strakgetrokken zoals dat bij aan de wind hoort